Academische basisschool

Een academische basisschool is een school waar opleiden, innoveren en onderzoeken op de werkplek centraal staan. Zowel zittende als aanstaande leraren onderzoeken, innoveren en worden op verschillende manieren opgeleid. Dit vindt plaats ten behoeve van de leerresultaten van leerlingen en de professionele ontwikkeling van de mensen binnen de school. De pijlers opleiden, onderzoeken en innoveren vormen gezamenlijk de academische school. Scholen moeten innoveren om zich aan te kunnen passen aan de ontwikkelingen in de maatschappij. Ook de samenwerking met de opleidingsinstituten speelt een belangrijke rol binnen de academische opleidingsschool, omdat zij over de expertise beschikken om de ontwikkeling van de academische opleidingsschool mogelijk te maken. De eerste pijler opleiden binnen de academische school richt zich op het opleiden op de werkplek van aanstaande leraren en de professionele ontwikkeling van zittende leraren. Op een academische opleidingsschool worden stagiaires van zowel de PABO als het ROC opgeleid.
Dit biedt hen de mogelijkheid hun kennis op de werkvloer op te doen, uit te breiden en toe te passen. Hierdoor wordt de kloof tussen theorie op de opleidingsinstituten en praktijk op de basisscholen verkleind.
De tweede pijler is innovatie. Elke academische school bepaalt zelf een of meerdere thema's waarop zij willen innoveren. Deze innovaties zijn specifiek voor de context van die school. Een school kan hierbij kiezen om de gehele didactische aanpak te veranderen, maar ook om bijvoorbeeld slechts een vak op een andere manier invulling te gaan geven.
De derde pijler is onderzoek. Hieraan kan binnen een academische school op verschillende manieren vorm worden gegeven. Allereerst doet op een academische school een pabostudent zijn of haar LIO-stage (Leraar In Opleiding) in de vorm van een onderzoek. Eventueel kunnen ook andere stagiaires betrokken worden bij dit onderzoek of kunnen zij andere kleinschalige onderzoeken doen. Daarnaast gaan zittende leraren onderzoek doen. Door deze praktijkgerichte onderzoeken kan de leeromgeving verbeterd worden. Bovendien wordt de onderzoekende houding van leraren gestimuleerd, waardoor zij meer zullen reflecteren op hun eigen handelen en beter in kunnen spelen op individuele behoeften van kinderen. Op deze manier lijken de drie pijlers van de academische school los van elkaar te staan. Om een school academisch te kunnen noemen moeten deze pijlers echter met elkaar verbonden zijn. Leraren onderzoeken bijvoorbeeld hoe aan specifieke leerbehoeften van leerlingen kan worden voldaan en hoe ze hier door middel van innovatie aan tegemoet kunnen komen. Het onderzoek is op deze manier direct gekoppeld aan de invulling van de innovatie. Daarnaast kan het opleiden van studenten binnen de school een stimulans zijn voor de innovatie. Nieuwe jonge studenten hebben vaak frisse ideeën, waarmee zij de school verder kunnen helpen. Andersom biedt de academische opleidingsschool de studenten de gelegenheid hun onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen en kennis te maken met een innovatieve vorm van onderwijs.

Kennisknooppunt

Wanneer de academische school werkelijk vaste vormen aanneemt is het de bedoeling dat deze als kennisknooppunt op het gebied van onderwijsinnovatie en personeelsontwikkeling voor het primair onderwijs dient. De kennis die binnen de academische opleidingsschool door het team zelf ontwikkeld wordt, kan worden gedeeld met andere basisscholen die hier hun voordeel mee kunnen doen. Bovendien zorgen contacten tussen primair onderwijs, ROC, PABO en universiteit er voor dat kennis in alle lagen van het onderwijs kan worden gedeeld. De kloof tussen onderwijstheorieën en de praktijk wordt hiermee verkleind en er wordt optimaal gebruik gemaakt van de aanwezige kennis. De academische basisschool kan zo een voortrekkersrol krijgen in de schoolontwikkeling van een hele regio.